Bekende oplossing voor hervorming woonbeleid

Posted on September 10, 2009 - Filed Under woningmarkt, ruimtelijke ordening, overheid

D66 wil het Nederlandse woonbeleid hervormen. In onze ogen klinkt de geschetste oplossing ietwat bekend in de oren. Zowel andere professoren als de VROM-raad hebben zich al eens in ruime mate over deze oplossingsrichting uitgesproken. Zou het betoog van D66 hier een zinvolle aanvulling op kunnen zijn?

Probleemstelling
De Nederlandse overheid bemoeit zich op grote schaal met de woningmarkt. Dat is ook logisch, de woningmarkt in een dichtbevolkt land verlangt sturing. Echter, het rijk regelt in feite alleen maar de vraagzijde van de markt. Terwijl volgens de D66 er vooral veel moeten veranderen aan de aanbodzijde. De door hun ingeschakelde hoogleraar Economische Geografie en Planologie Pieter Tordoir vindt dat de politiek het heft in handen moet nemen!
De problemen aan de aanbodzijde hebben we onvoldoende in het vizier. Pieter Tordoir schroomt niet en is bereid om een voorzet voor oplossingen te geven. Het probleem is een gebrek aan regionale afstemming, terwijl vastgoed en ook de woningmarkt toch echt een regionale markt is. Gemeenten, en in wat mindere mate provincies, dragen een hoofdverantwoordelijkheid voor het woningaanbod. Gemeenteraden richten zich op lokale belangen terwijl de woonmarkt zich niet tot de schaal van een gemeente beperkt, zomin als de arbeidmarkt, de mobiliteit, luchtvervuiling en zomeer. Gemeenten zullen dus moeten samenwerken en onderlinge solidariteit tonen. Als steden klem zitten kunnen omliggende gemeenten oplossingen bieden. Anders gaat niet alleen het woonaanbod op slot maar ontstaat ook sociale segregatie, een situatie die we helaas vaak tegenkomen.

Oplossingen
Oplossing 1: Het rijk kan klemzittende gemeenten, vooral grotere steden, helpen met een massa geld. Dat doet ze nu ook via de subsidiepomp, maar volgens Tordoir moet die hulp doelgerichter worden om effect te hebben.
Oplossing 2: Het Rijk kan daarnaast met aanwijzingen ingrijpen in de gemeentelijke autonomie. Dat is weliswaar vragen om moeilijkheden maar hier en daar zal het moeten. Het geijkte instrument, de nieuwe wet op de ruimtelijke ordening, ligt klaar.
Oplossing 3: Daarnaast dient de politiek het heft meer in handen neemt. Lokale politiek heeft nu vaak een hoog ‘leefbaarheidskarakter’: lokale belangen kunnen overheersen. Politieke Stromingen met de hoofdletter kunnen daarentegen samenhang creëren tussen het lokale, regionale en (inter-)nationale niveau. De moderne netwerksamenleving waarin we ons op al die niveaus bewegen maar waar minder bedeelden wel letterlijk vastzitten verlangt actie en solidariteit door alle bestuurslagen heen, van stadsdeel tot Europa. Probleem is dat de meeste politieke stromingen nauwelijks getuigen van visie op de ruimtelijke inrichting van de samenleving, waaronder het wonen. Dat moet veranderen, want de huidige ordeningspraktijk is te zeer een balspel voor deelbelangen en jaagt de samenleving op extreme kosten. Hier kan D66 van dorpsraad tot parlement een fundamentele discussie aanjagen. Zo’n discussie is essentieel om de complexe puzzel van het woningdossier op te kunnen lossen en tegelijkertijd te kunnen werken aan een duurzame inrichting van ons land.

Analyse door woningmarkt.org
De heer Tordoir snijdt een belangrijk punt aan. Een punt dat al eerder door professor Teisman van de Erasmus Universiteit Rotterdam is aangesneden. Namelijk dat het Nederlandse bestuursmodel van de overheid met 3 lagen (Rijk, Provincie en Gemeenten) nog onvoldoende is toegesneden op de vraagstukken die op dit moment leven op het gebied van bijvoorbeeld vastgoed en infrastructuur. Dit probleem wordt al een decennium gesignaleerd en onderkend, en toch kunnen we daar geen goede oplossing voor creeren. Lijkt ons dat D66 ook eens te rade gaat bij de heer Teisman en bij de VROM-raad, die kunnen ze uitstekend uitleggen waarom deze lancune nog steeds aanwezig is.

Enkele citaten van de heer Teisman uit “Stedelijke netwerken; ruimtelijke ontwikkeling door het verbinden van bestuurslagen” uit 2007;
“In structurele zin blijven ministeries, maar ook de regionale en lokale beleidsmakers en bestuurders zich richten op min of meer afgebakende gebieden. Het meest pregnant zien we deze neiging bij het stedelijk netwerk Groningen – Assen. Vrij gedetailleerd is aangegeven wie wel en wie niet tot het netwerk behoort en ook wat niet en wel op de agenda staat. Door deze aanpak is er in het netwerk een nieuwe orde gecreëerd. Ook de andere stedelijke netwerken, waaronder ook de Zuidvleugel en de Noordvleugel van de Randstad doen pogingen om zulk een nieuwe orde te vestigen.
Demarcatieproblemen en grensgevechten zijn dan een logische consequentie. In de Noordvleugel komt deze het meest pregnant tot leven in de vraag of Almere wel of niet bij de Noordvleugel hoort en als het antwoord bevestigend is of deze stad dan niet moet worden afgesneden van de provincie Flevoland en moet worden toegevoegd aan Noord-Holland.”
“De betrokkenen in stedelijke netwerken hebben er moeite mee om niet terug te vallen op de klassieke scheidende reflex, zowel om één nieuwe overkoepelende organisatie te vormen als om daarmee één optimaal schaalniveau te kiezen. Een voorbeeld van zulk een reflex is het voorstel van de Holland Acht om tot een Randstadautoriteit te komen waarin provincies opgaan en rijk en grote steden verantwoording afstaan. Netwerktheoretici achten het daarentegen verstandiger om te aanvaarden dat netwerkvorming zich niet laat temmen door formele grenzen. Elke grens doorsnijdt netwerken en zal leden van deze netwerken aanzetten tot grensverkeer. En daar waar het lukt grenzen effectief te stellen en te bewaken, ligt er voor de grensgebieden vaak een zieltogend bestaan in het verschiet.”

De VROM Raad heeft zich ook al over dit onderwerp uitgesproken in “Wisselende coalities” uit 2008.
“Dat ruimtelijke vraagstukken zich steeds vaker op een bovenlokaal schaalniveau afspelen, is geen nieuw inzicht. In het verleden is op verschillende manieren geprobeerd om deze bovenlokale vraagstukken van een bestuurlijk antwoord te voorzien. Deze oplossingen lopen voor een groot deel langs een constitutionele lijn. Het gaat daarbij om oplossingen waarbij wordt ingegrepen in de architectuur van het Huis van Thorbecke: ofwel via een vierde, regionale, bestuurslaag ofwel via schaalvergrotingsprocessen en bestuurlijke herindeling op één of meerdere van de schalen. Dit worden ook wel structuuroplossingen of ‘government’-oplossingen genoemd. In de ogen van de VROM-raad zijn deze oplossingen momenteel om verschillende, nog toe te lichten redenen minder opportuun.”
De VROM-raad wil de lijn van de flexibele regionale samenwerking verkennen, met andere woorden het organiseren van onderlinge samenwerking zonder grote constitutionele aanpassingen. Deze oplossingslijn krijgt in de landelijke bestuurlijke discussies relatief minder aandacht dan de lijn van herindeling en fusies. Dat houdt verband met het feit dat dergelijke regionale samenwerkingsvormen vaak worden gekoppeld aan de veelgehoorde klacht over toenemende bestuurlijke drukte. Anderzijds lijken ze, in tegenstelling tot bovengenoemde structuuroplossingen, beter aan te sluiten op de verhoogde dynamiek van de
netwerksamenleving (Castels, 1996; Teisman, 2006).”

Comments

Leave a Reply




Onderwerpen

Meer over deze site

Bronvermelding